Toeslag jonge boeren
Lidstaten moeten een deel van het beschikbare budget voor de rechtstreekse betalingen reserveren voor een extra betaling aan jonge landbouwers in de vorm van een jaarlijkse toeslag bovenop de basispremie. Wat de definitie wordt van 'jonge landbouwer' is nog niet helemaal duidelijk. Een jonge landbouwer is in elk geval een natuurlijk persoon, die zich voor het eerst als bedrijfshoofd op een landbouwbedrijf vestigt, die bij indiening van de aanvraag jonger is dan 40 jaar. De vraag is hierbij of een zoon of dochter die een maatschap aangaat met de ouders ook geldt als bedrijfshoofd.
Duur en hoogte van de toeslag
De toeslag wordt tot maximaal 5 jaar na de vestigingdatum uitgekeerd. Voorbeeld: een jonge landbouwer van 39 jaar vestigt zich op 1 januari 2015. Hij heeft dan recht op de toeslag in de jaren 2015 tot en met 2019. De toeslag bedraagt 25 procent van de gemiddelde waarde van de toeslagrechten – tot een maximum van 25 toeslagrechten – van de jonge landbouwer. Deze wordt over de aanwezige toeslagrechten uitbetaald.
Toeslag voor probleemgebieden
Een lidstaat mag een extra toeslag invoeren voor bedrijven die geheel of gedeeltelijk in gebieden liggen met natuurlijke beperkingen. Het invoeren van deze toeslag is niet verplicht. Lidstaten kunnen binnen gestelde grenzen zelf bepalen welke gebieden hiervoor in aanmerking komen.
Hoogte van de toeslag
De toeslag bestaat uit een bedrag bovenop de basispremie en geldt voor alle subsidiabele hectares die binnen een aangewezen gebied liggen. Overheden kunnen zelf de hoogte van het bedrag per hectare bepalen. Een lidstaat mag maximaal 5 procent van het budget voor rechtstreekse betalingen aan deze extra toeslag besteden.