Vanaf 2012 komen ook warmteprojecten, warmtekrachtkoppeling op basis van geothermie en vergassing in aanmerking voor SDE+. Ook wordt de SDE+ opengesteld voor de gezamenlijke productie van elektriciteit en/of warmte met toepassing van groengashubs. Daarnaast geeft de SDE+ 2012 de mogelijkheid om biomassaprojecten, die aan het einde van de looptijd van hun MEP-subsidie zijn gekomen en nog door kunnen draaien, voor een periode van twaalf jaar voort te zetten onder SDE+.
Ook subsidie voor eigen gebruik
Met ingang van 2012 worden ook de geproduceerde elektriciteit en hernieuwbare warmte die in het eigen bedrijf wordt gebruikt, subsidiabel.
Om de financierbaarheid van projecten te verbeteren en risico's te verminderen, krijgen nieuwe en lopende projecten vanaf 2012 de mogelijkheid om gebruik te maken van 'banking': gemiste subsidiabele productie kunt u in latere jaren inhalen (uitgezonderd windenergie). Concreet krijgen producenten aan het einde van de subsidieperiode nog een jaar de tijd om gemiste subsidiabele productie in te halen. Voor wind op land, wind in meer en wind op zee blijft in 2012 de zogenaamde windfactor gehandhaafd, die het risico om ondersteuning mis te lopen afdekt.
Net als in 2011 wordt de SDE+ in 2012 opengesteld in vier fasen. Eerst voor de goedkopere projecten, daarna voor duurdere projecten. Producenten die genoegen nemen met een subsidie van maximaal 7 eurocent per kWh voor elektriciteit, 48,3 eurocent per Nm3 voor groen gas en 19,4 eurocent per GJ voor warmte, krijgen voorrang. Zolang er budget beschikbaar is, komen in volgende fases de duurdere projecten aan bod. De basis van de SDE+ blijft ongewijzigd.