Het subsidiepercentage van de subsidieregeling voor jonge landbouwers is dit jaar verhoogd naar 25% van de subsidiabele kosten (met een minimumbedrag van € 20.000 en een maximumbedrag van € 100.000).
U kunt subsidie krijgen voor het verwerven van grond (maximaal 10% van het totale subsidiebedrag), het verbeteren van grond, het verwerven, verbouwen, inrichten en de nieuwbouw van bedrijfsgebouwen (ook kassen), machines en installaties, de aanschaf van plantmateriaal en de kosten van derden voor het planten van blijvende teelten en meerjarige gewassen. Voorwaarde is dat de ondernemer pas van start gaat met de beoogde investeringen waarvoor hij of zij subsidie heeft aangevraagd na de subsidietoezegging. De subsidie is gekoppeld aan een lening. Er moet een geldlening zijn aangegaan om de investeringen te financieren.
Subsidie maakt extra investeringen mogelijk
Doel van de regeling is het ondersteunen van jonge landbouwers bij het investeren in hun bedrijf, zodat een goede basis wordt gelegd voor de toekomst. Jonge landbouwers worden ondersteund, omdat zij pas een bedrijf zijn gestart en een hoge schuldenlast hebben. Daardoor beschikken zij meestal over onvoldoende financiële middelen om extra investeringen te doen die nodig zijn om hun bedrijf vitaal en duurzaam te houden.
Voorwaarden
● De aanvrager sluit een geldlening af bij een kredietinstelling, die geregistreerd is conform de Wet toezicht kredietwezen 1992, met een looptijd van minimaal drie jaar.
● De aanvrager moet kunnen aantonen (met een diploma) dat hij of zij met succes een erkende landbouwkundige opleiding heeft afgerond.
● De aanvrager moet minimaal drie jaar hebben gewerkt bij een landbouwonderneming.
● De aanvrager moet een investeringsplan overleggen.
● De aanvragen moet ook een verklaring kunnen tonen van de bank, dat de onderneming levensvatbaar is.
Geen subsidie wordt verstrekt indien de aanvrager een geldlening is aangegaan vóórdat hij de subsidieaanvraag heeft ingediend en daarvan een bevestiging heeft ontvangen, of wanneer hij al eerder subsidie heeft ontvangen vanuit de Subsidieregeling Jonge Agrariërs, of wanneer de aanvrager een eigen vermogen heeft van meer dan 60 procent van de fiscale balanswaarde van de landbouwonderneming.
Subsidiabele investeringsdoelen
De aanvrager kan zelf bepalen welke investeringen nodig zijn op zijn bedrijf, maar het moet in ieder geval gaan om activiteiten die leiden tot:
● Een hoger niveau van diergezondheid en daardoor tot een beter technisch en economisch perspectief voor de onderneming.
● Lagere productiekosten.
● Een omschakeling in of verbetering van de productie.
● Het behouden of verbetering van het milieu, de hygiënische omstandigheden, dierenwelzijn, voedselveiligheid of duurzaam gebruik van energiebronnen.
● Herstructurering en ontwikkeling.
● Verhoging van de kwaliteit en toegevoegde waarde van producten.
● Verbetering van de arbeidsomstandigheden.
● Behoud en duurzaam gebruik van biodiversiteit en natuurlijke hulpbronnen.
● Verhoging van de doelmatigheid bij inzet en gebruik van middelen, machines en menskracht.
● Het tot waarde brengen van bij-, rest- en afvalproducten.
Beschikbaar budget
LNV stelt in totaal voor 2010 7,2 miljoen euro beschikbaar. In aanvulling hierop stellen de meeste provincies extra geld beschikbaar:
|
- Friesland
|
186.047
|
|
- Drenthe
|
159.070
|
|
- Overijssel
|
291.125
|
|
- Gelderland
|
679.070
|
|
- Utrecht
|
51.163
|
|
- Noord Holland
|
232.558
|
|
- Zeeland
|
55.814
|
|
- Noord Brabant
|
279.070
|
|
- Limburg
|
93.023
|