Het gaat hierbij niet alleen om technische, maar ook om organisatorische vernieuwingen. Het ministerie van LNV stelt hiervoor in 2010 5,6 miljoen euro beschikbaar. Nieuw dit jaar is dat ondernemers ook projecten kunnen indienen die aansluiten bij onderwerpen die vallen onder nieuwe uitdagingen: klimaatverandering, waterbeheer, hernieuwbare energie en biodiversiteit.
Klimaatverandering
Innovaties die voor deze subsidieregeling in aanmerking komen, zijn bijvoorbeeld nieuwe systemen klimaat- en voedingsstofneutraal zijn, een bijdrage leveren aan het oplossen of beperken van het klimaatprobleem. Voorbeelden hiervan zijn duurzame bronnen die voorzien in de energiebehoefte, het uitbannen van schadelijke emissies, het recyclen van reststromen en het omzetten in grondstoffen (inclusief behoud van voedingsstoffen) en andere innovaties gericht op het omgaan met klimaatverandering of het beperken van effecten vallen ook onder de nieuwe uitdaging ‘klimaatverandering’.
Waterbeheer
U kunt ook subsidie krijgen als uw innovatie gericht is op de verbetering van de waterkwaliteit (grond- of oppervlaktewater), zowel ecologisch als chemisch. U kunt hierbij denken aan mestverwerking, (precisie-) bemestingstechniek, teelttechniek, landbeheer, managementsystemen, innovatieve systemen van kwantitatief waterbeheer. Ook (door-) ontwikkeling van alle innovaties die bijvoorbeeld milieuverliezen naar het water uit de landbouw (van voedingsstoffen en/of gewasbeschermingsmiddelen en/of zware metalen en/of andere schadelijke stoffen) verminderen, vallen onder de nieuwe uitdaging ‘waterbeheer’.
Hernieuwbare energie
Dit zijn innovaties gericht op energiewinning uit reststromen vanuit de landbouw (plantaardig restproduct), andere biologische bronnen zoals dierlijke mest, en biomassa afkomstig uit bos, landschap of natuur (zoals houtsnippers). Denkt u hierbij ook aan co-vergisting als vorm van duurzame energie. Bijvoorbeeld: de winning van gas op agrarische bedrijven uit biogasinstallaties, het zuiveren ervan, het gebruik van restwarmte en het benutten ervan elders in het landelijk gebied.
Biodiversiteit
Dit zijn innovaties die een bijdrage leveren aan het verbeteren van de biodiversiteit. Uw project kan gericht zijn op het beter benutten van de biodiversiteit voor duurzame landbouw (toepassen functionele agrobiodiversiteit), zoals natuurlijke plaagbestrijding. Ook projecten die zorgen voor het verminderen van emissies van stoffen uit de landbouw die een schadelijk effect hebben op de biodiversiteit (zoals ammoniak) komen in aanmerking. Als uw project op een andere wijze gericht is op het behoud van biodiversiteit, valt deze ook onder de nieuwe uitdaging ‘biodiversiteit’ en komt uw project voor subsidie in aanmerking.
Hoogte van de subsidie
Aanvragers krijgen maximaal 35% vergoed van de kosten die onder de voorwaarden vallen. Aanvragen kan tot en met 15 juli via Mijn dossier. Ondernemers die niet zeker weten of ze in aanmerking komen voor de subsidie, kunnen hun projectidee van tevoren per e-mail laten bekijken door DR.DR geeft daarop telefonisch advies. U kunt uiteraard ook direct de adviseur van onze subsidiedesk hiervoor in de arm nemen.
Voorwaarden
Vóór u het project indient, mag u er nog niet mee starten. De voorbereidingen van het project mogen wél gestart zijn. Als deelnemer mag u geen eigenaar zijn van een andere deelnemer, ook niet voor een deel. Vanaf het moment dat u subsidie krijgt toegekend, moet u binnen zes maanden starten met het project. Het project mag maximaal drie jaar lopen en moet in Nederland worden uitgevoerd.
Hoogte van de subsidie
U kunt 35 procent van het investeringsbedrag gesubsidieerd krijgen, met een maximum van 500.000 euro subsidie per project. Hiervan mag u maximaal 400.000 euro opvoeren als kosten voor de aanschaf van machines, apparatuur en onroerende goederen. Het subsidiebedrag moet minstens 10.000 euro zijn om in aanmerking te kunnen komen.
Bijna alle kosten zijn subsidiabel. Denk aan de arbeid van uzelf en van uw personeel, kosten voor (haalbaarheid)studies en onderzoek, kosten voor de organisatie van het samenwerkingsverband, kosten voor een procesbegeleider of ketenmanager, kosten voor machines, apparatuur en onroerende zaken, kosten voor het testen van nieuwe producten, procedés en technologieën. Voor kosten van zaaigoed, pootgoed, uitgangsmateriaal en producten als gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen kunt u geen subsidie krijgen.
Beoordelingscriteria
Een onafhankelijke commissie beoordeelt de projecten op basis van een aantal criteria:
● Hoe innovatief is het project?
● Wat is het economisch en technisch perspectief?
● Hoe straalt het project uit naar andere ondernemingen?
● Hoe duurzaamheid (people, planet, profit) is het?
● Welke meerwaarde biedt de samenwerking?
● Sluit het aan bij de thema’s?
De beoordelingen duren vier maanden. Medio november 2010 maakt het Ministerie van LNV bekend wie subsidie krijgt. In de periode daarvoor kan de Dienst Regelingen u vragen punten uit uw aanvraag uit te leggen of aan te vullen. Houd er rekening mee dat dit wat tijd en inzet vraagt.