Zoeken

print deze pagina

Actueel nieuws

Overzichtslijst

Actuele subsidieregeling - Private sector investeringsprogramma

14-6-2010

Openstelling t/m 23 augustus 2010. Doel van het Private sector investeringsprogramma (PSI) is om met innovatieve proefinvesteringen economische groei, werkgelegenheid en inkomen te genereren in opkomende markten in Afrika, Azië, Latijns-Amerika en Oost-Europa.

 

PSI is de opvolger van het Programma voor samenwerking met opkomende markten (PSOM). PSI bestaat uit twee deelprogramma's: PSI Regulier en PSI Plus.
PSI is beschikbaar voor investeringsprojecten door een Nederlandse (of buitenlandse) onderneming in samenwerking met een lokaal bedrijf in een van de aangewezen landen. Zo’n project moet vernieuwend zijn voor het betreffende land (nieuw product, nieuwe productiemethode of nieuwe technologie) en bestaat uit zowel hardware (bijvoorbeeld machines) als technische assistentie (bijvoorbeeld training en projectmanagement).
Doellanden
Het reguliere PSI-programma staat open voor projecten in de volgende 43 landen: Albanië, Armenië, Bangladesh, Benin, Bolivia, Bosnië-Herzegovina, Brazilië (alleen regio's Noord en Noordoost), Burkina Faso, Colombia, Egypte, Ethiopië, de Filippijnen, Gambia, Georgië, Ghana, Guatemala, Indonesië, Jemen, Kaapverdië, Kenia, Kosovo, Macedonië, Madagaskar, Malawi, Mali, Marokko, Moldavië, Mongolië, Mozambique, Namibië, Nepal, Nicaragua, Peru, Rwanda, Senegal, Soedan (alleen regio Noord), Suriname, Tanzania, Thailand, Uganda, Vietnam, Zambia en Zuid-Afrika. Voor Brazilië en Namibië geldt dat ze slechts nog beperkte tijd op de landenlijst zullen voorkomen.
PSI Plus (opvolger van PSOM Plus) staat open voor investeringen in zeven landen te weten Afghanistan, Burundi, DR Congo, Pakistan, Palestijnse Gebieden, Sierra Leone en zuidelijk Soedan. Voor deze landen geldt een aantal aanvullende voorzieningen en regels, waaronder een ander schenkingspercentage.
Budget
Het maximale projectbudget voor alle PSI- en PSI Plus-landen bedraagt 1,5 miljoen euro per project. Het schenkingspercentage voor alle reguliere PSI-landen bedraagt 50% en voor PSI Plus-landen 60%. De PSI-subsidie bestaat uit een bijdrage in de kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van het project. Voor PSI Regulier is de bijdrage 50% van de subsidiabele kosten, met een maximumbijdrage van 750.000 euro. Voor PSI Plus is de bijdrage 60% van de subsidiabele kosten, met een maximumbijdrage van 900.000 euro. Het maximale projectbudget bedraagt voor zowel PSI Regulier als PSI Plus 1.5 miljoen euro.
Subsidiabele kosten
Kosten gemaakt vóór de subsidieverlening komen niet voor subsidie in aanmerking. Wel in aanmerking komen de kosten van duurzame kapitaalgoederen (hardware, met uitzondering van bestaande gebouwen en land) en kosten voor technische assistentie, zoals projectmanagement, training, advieskosten, certificering.
Voor PSI Plus komen ook voor subsidie in aanmerking de kosten voor beveiliging, de premiekosten voor een verzekering onder MIGA SIP voor schade als gevolg van (burger)oorlog, onlusten, onteigening en beperkingen in de uitvoer van valuta voor een periode van 3 jaar en de premiekosten voor een verzekering onder MIGA SIP voor een periode van drie jaar.
Voorwaarden PSI
U kunt subsidie aanvragen als uw in Nederland gevestigde onderneming is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Als het gaat om een project in Bangladesh, Benin, Bolivia, Burkina Faso, Ethiopië, Gambia, Ghana, Jemen, Madagaskar, Malawi, Mali, Mozambique, Nepal, Nicaragua, Rwanda, Senegal, Soedan (alleen regio Noord), Tanzania, Uganda, Zambia of Zuid-Afrika, mag uw onderneming ook in het buitenland gevestigd zijn.
Uw onderneming moet ten minste twee jaar bestaan en beschikken over een positief eigen vermogen. U moet het project uitvoeren samen met een lokale partner. Deze lokale partner is een onderneming in het land waar het project plaatsvindt en is geregistreerd bij de lokale Kamer van Koophandel (of vergelijkbare instantie). Overheidsorganisaties mogen niet meer dan 25% van het eigendom van deze onderneming in bezit hebben (dit geldt niet voor Vietnam).
Voorwaarden PSI Plus
Voor PSI Plus kunt u in aanmerking komen als uw onderneming in Nederland is gevestigd en is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel óf als uw onderneming in het buitenland is gevestigd en geregistreerd bij de lokale Kamer van Koophandel (of vergelijkbare instantie).
De onderneming mag niet zijn gevestigd in het land waarop de aanvraag betrekking heeft. Het mag ook niet gaan om een aan een onderneming gelieerde stichting (‘corporate foundation’). Een dergelijke stichting dient als zodanig geregistreerd te zijn bij de Kamer van Koophandel of een vergelijkbare instantie; én de organisatie moet tenminste twee jaar bestaan en beschikken over een positief eigen vermogen.
De aanvrager moet het project uitvoeren samen met een lokale partner. Deze lokale partner moet een onderneming zijn in het land waar het project wordt gevestigd en is als zodanig geregistreerd bij de lokale Kamer van Koophandel (of vergelijkbare instantie). Overheidsorganisaties mogen, direct of niet meer dan 25% van het eigendom van deze onderneming in bezit hebben, óf een natuurlijk persoon in bezit van de nationaliteit van het land waar het project wordt gevestigd.
Algemene informatie
● De maximale projectduur is 30 maanden. Voor seizoensafhankelijke projecten (visserij-, land-, tuin- en bosbouwprojecten) is het maximum 36 maanden.
● De aanvrager en de lokale partner moeten reeds bestaande ondernemingen zijn met substantiële economische activiteiten.
● Het projectvoorstel moet logisch voortvloeien uit de huidige activiteiten (core business) en strategie van de aanvrager en de lokale partner.
● De partners moeten beschikken over de nodige kennis en ervaring om het project tot een succes te maken.
● De partners moeten een samenwerkingsverband aangaan voor de lange termijn. Dit betreft veelal een joint venture.
● De partners moeten aantonen over voldoende financiële middelen te beschikken om de eigen bijdrage en het werkkapitaal te kunnen financieren voor het project. Wanneer sprake is van een joint venture moet de eigen bijdrage in redelijke verhouding staan tot het eigendomspercentage van elk van de partners.
● De aanvrager moet een goede reputatie te hebben op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) en bij de aanvraag een vastgelegd MVO-beleid van de eigen onderneming overleggen. Als dit niet beschikbaar is op het moment van de aanvraag, dan moet de aanvrager dit alsnog aanleveren binnen het eerste projectresultaat.
● Er mag geen kinderarbeid en/of dwangarbeid te pas komen bij alle activiteiten rond het project. Als de toeleveranciers nog niet bekend zijn op het moemnt van de aanvraag, dan moet u in een later stadium de toeleverancier alsnog identificeren en vergewissen dat die geen gebruik maakt van kinderarbeid en/of dwangarbeid.



Copyright 2008-2012 Subsidiedesk    Disclaimer
   Inloggen
Deze site is een initiatief van MKB Adviseurs, Flynth en LTO Noord Advies.
MKB Adviseurs LTO Noord Advies Flynth